Wanneer het vee na de winter weer de wei in ging, was het een oud gebruik om van de eerste boter, de zogenaamde grasboter, met behulp van een ut twee helften bestaande houten vorm boterschaapjes te maken.

De schaapjes werden opgesierd met twee groene blaadjes voor de oren en twee krenten voor de ogen. In de bek werd nog een grasje of een boterbloem gestoken. De boterschaapjes werden weggeven aan goede bekenden. Dit gebeurde meestal omstreeks Pasen.
No Comments
Geef een reactie
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.